Terug

Automatisering

Bij de opvang en behandeling van 'grote' groepen slachtoffers is gebleken dat een simpele en effectieve informatievoorziening voorwaarde is voor adequate behandelmogelijkheden. Daarom is in het Calamiteitenhospitaal de volgende specifieke toepassing ontwikkeld: het Patiënten Barcode Registratiesysteem (PBRS). Dit systeem dient voor het ondersteunen van medisch, verpleegkundig en logistiek handelen in het Calamiteitenhospitaal.

PBRS

Het Patiënten Barcode Registratiesysteem (PBRS) is een geautomatiseerd registratiesysteem, waarmee gegevens behalve via het toetsenbord ook door middel van barcodes ingevoerd kunnen worden. Onder andere persoonsgegevens van de patiënten worden in dit systeem opgenomen.

Het hoofddoel van het PBRS is snel en kwalitatief goed registreren van patiëntgegevens door medewerkers teneinde de medische coördinatie tijdens een calamiteit optimaal te laten verlopen. In het systeem kunnen gegevens als urgenties, routing, personalia, locatiegegevens, aankomst- en vertrektijden geregistreerd worden. Daarnaast kunnen gegevens over de groep patiënten als geheel worden vastgelegd (aard letsel). De gegevens kunnen op meerdere werkplekken worden ingevoerd. De computers waar deze gegevens worden ingevoerd zijn in een netwerk met elkaar verbonden.

De gegevens worden opgeslagen in een centrale database. Waar mogelijk worden barcodes gebruikt als informatiedrager voor het invoeren van gegevens. Dit verhoogt de snelheid van invoeren en garandeert de kwaliteit van de gegevens. 

Doelstellingen en ontwikkeling van het PBRS

Het gebruik van het PBRS richten zich primair op:

  • het vereenvoudigen van registratie en identificatie van patiënten;
  • het lokaliseren van patiënten;
  • het registreren van urgenties;
  • het aanmaken van rapportages voor hulpverlenende coördinatie;
  • gegevens uitwisselen met het Ziekenhuis Informatiesysteem (HiX);
  • matchen van verwanten met patiënten
  • het ondersteunen van het Commandoteam d.m.v. managementinformatie.

PBRS in de praktijk

Wanneer een patiënt tijdens een calamiteit binnenkomt in de ambulancesluis, krijgt de betreffende patiënt een polsbandje om met daarop een barcode. Deze barcode correspondeert met een van tevoren gereserveerd patiëntnummer. Bij dit nummer hoort een clipboard, eveneens met barcodering, dat altijd bij de patiënt blijft. In de ambulancesluis bepaalt de coördinerend verpleegkundige waar de patiënt naar toe gaat. De registrateur die het PBRS bedient, hoeft geen automatiseringsdeskundige te zijn. Deze registrateur leest eerst de polsband in van de patiënt met behulp van een barcode-scanner. Daarna worden gegevens geregistreerd met behulp van zgn. 'templates'. Op deze templates kunnen gegevens worden weergegeven zoals urgenties of routing. Van iedere patiënt wordt een foto gemaakt bij binnenkomst. Deze foto kan worden genomen door het inscannen van een barcode.

Als de patiënt onmiddellijke behandeling nodig heeft of behandeling binnen 6 uur, gaat de patiënt naar de Crashroom. De registrateur leest wederom eerst het nummer van de patiënt in, waardoor eerder ingevoerde gegevens op het beeldscherm verschijnen.Indien in de ambulancesluis geen urgentie is ingevoerd, kan aan de hand van templates die de klinische urgenties aangegeven dit alsnog worden gedaan. 

Vervolgens wordt bij de uitgang van de Crashroom de routing van de patiënt ingevoerd. Daarna vervolgt de patiënt zijn weg naar de röntgenafdeling, de OK, de Intensive Care, de Medium Care of de Low Care.

Patiënten die minimale behandeling nodig hebben gaan vanuit de ambulancesluis rechtstreeks naar de Low Care afdeling.

Op de Crashroom en de verpleegafdelingen kunnen bedlocaties worden ingevoerd in het PBRS. Personalia kunnen op iedere PBRS-computer worden ingevoerd. In de praktijk wordt dit meestal gedaan op de verpleegafdelingen. Tevens is het mogelijk om verwanten te matchen met één of meerdere patiënten.

Met het PBRS is het mogelijk om patiëntenrapportages te genereren van de gegevens die tot dan toe zijn ingevoerd. Tevens is het mogelijk om overzichten te genereren. Met behulp van de bovengenoemde gegevens is het eveneens mogelijk om na afloop evaluatie van de opvang te ondersteunen. Op de verpleegafdelingen is het mogelijk barcode-etiketten uit te printen.

Het PBRS wordt binnen een logisch gezien apart netwerk toegepast. Dit netwerk maakt fysiek (infrastructureel) gebruik van de bekabeling van het UMC-netwerk, maar heeft een eigen centrale computer, de zogenaamde ‘server’. Er is een mogelijkheid om met het HiX gegevens te kunnen uitwisselen. Deze communicatie is bi-directioneel, omdat er zowel de behoefte bestaat vanuit het HiX gegevens te kunnen inzien die in het PBRS zijn ingevoerd als omgekeerd. Vanuit elk registratiepunt kan rechtstreeks worden gecommuniceerd met het HiX. Als het HiX uitvalt, dan vormt dit geen belemmering voor het PBRS.